Sitelogo Home Project Management
aanpak
Case Study Literatuur Software Forum Nuttige links Sitemap

Lounge Project Lounge

Project Management

Projectmethodologie | Inhoud | Projectorganisatie

Financiële analyse

Een financiële analyse maken van een project is niet makkelijk. Meestal is er wel een goede raming van de kosten van een project, maar niet van de mogelijke opbrengsten. Toekomstige opbrengsten worden vaak te hoog geschat.

Zo denkt men in IT-projecten wel eens te kunnen besparen op arbeidsuren door informatisering. Vaak lukt het echter niet deze besparing om te zetten in de vermindering van de loonkosten die men voor ogen had.
Het genereren van nieuwe inkomsten in een sterk concurrerende markt is per definitie onzeker op langere termijn.

De financiële investering in een project kan je op diverse manieren benaderen. Hierbij kan je verschillende parameters berekenen:

Return on Investment (ROI)

De ROI legt een relatie tussen het verwachte resultaat van het project en het geïnvesteerde vermogen.
Immers, het resultaat van het project moet in verhouding staan tot de financiële inspanning.
Anderzijds is een project dat méér opbrengt dan het kost, niet per definitie financieel interessant. De opbrengst van het project moet in verhouding staan tot de investeringskost.
Het resultaat van een project bekijk je over een periode van twee of drie jaar. Vijf jaar is al een uitzonderlijk lange termijn voor een project.
    
ROI = resultaat / geïnvesteerd vermogen

 

Project 1

Project 2

Project 3

Resultaat

80.000 euro

150.000 euro

70.000 euro

Investeringen

1.000.000 euro

2.000.000 euro

500.000 euro

ROI

8,0 %

7,5 %

14 %

Project 3 is het meest rendabele project, want het slaagt erin met een kleinere investering toch een behoorlijk resultaat te boeken.
Om de ROI van een project positief te beïnvloeden, zijn er twee mogelijkheden: of je tracht een gelijkaardig resultaat te halen met minder middelen (kosten verlagen), of je probeert het projectresultaat te verhogen met dezelfde middelen.

Top

Economic Value Added (EVA)

In een EVA-berekening gaan we na wat er overblijft van de nettowinst van een project als ook de kapitaalkosten zijn verrekend. De kapitaalkost is de prijs van het geld of de rente van de geïnvesteerde som.
   
De Economic Value Added is dus de nettowinst van een project min de kosten van het kapitaal (eigen middelen en vreemde middelen).

Top

Pay Back Period (PBP)

Met een Pay Back-benadering van het project bereken je op hoeveel tijd het project zichzelf terugverdient.
Daarvoor gebruiken we een tijdsas, met daarop de tijd (in jaren) dat er inkomsten en uitgaven zijn in het project.
Je plaatst alle relevante inkomsten en uitgaven van een project op die tijdsas in het jaar waarin ze voorkomen.
De tijdsas loopt zolang de projectinvestering invloed heeft op de inkomsten en uitgaven.
Je kiest een tijdsduur: twee, drie of vijf jaar.
Door de onzekere toekomst beperk je de duur het best tot maximum vijf jaar.

 

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Cash out

- 1.000.000 euro

- 100.000 euro

- 50.000 euro

- 10.000 euro

Cash in

 0 euro

 500.000 euro

900.000
euro

700.000
euro

Cashflow

- 1.000.000 euro

400.000
euro

850.000
euro

690.000
euro

Even toelichten:
- “Cash out” zijn de uitgaven van het project. Het eerste jaar zal allicht het meeste geld aan het project worden uitgegeven.
- “Cash in” zijn de verwachte inkomsten van het project. Pas na de uitvoering van het project zullen er inkomsten zijn.
- “Cashflow ” is het verschil tussen “cash out” en “cash in”. Meestal is de cashflow het eerste jaar negatief door de hoge investeringskost van het project.
Natuurlijk kan je de uitgaven en inkomsten nog meer in detail weergeven, per kwartaal bijvoorbeeld.
Afschrijvingen noteer je niet in de tijdsas. De uitgaven voor het project noteer je integraal op het moment van de betaling.

Pay Back is letterlijk de “terugverdientijd” van het project: op hoeveel tijd is de investering terugverdiend?

Op het einde van jaar 1 is er een tekort van 1.000.000 euro.
In jaar 2 is er een opbrengst van 400.000 euro, het tekort is nog 600.000 euro.
In jaar 3 komt er 850.000 euro binnen: het tekort is aangevuld en de investering is terugverdiend. Meer specifiek is er slechts 600.000 euro nodig om de investering terug te verdienen. Dat is 600.000 / 850.000 of 0,705 deel van het derde jaar of 257 dagen.
De totale terugverdientijd van dit project is dus 2 jaar en 257 dagen.
Het spreekt vanzelf dat je extra kan letten op de timing van de cashflow.

Wanneer precies moet je geld uitgeven voor het project, vanaf wanneer komt er geld binnen?

Top

Net Present Value (NPV)

De tijdswaarde van geld speelt een belangrijke rol in de financiering van een project; denk maar aan de inflatie, het ondernemingsrisico en de financieringskost.
De tijdswaarde van geld kan je vertalen in de disconto- of actualisatievoet.
De discontovoet is een percentage waarmee je kasstromen (relevante inkomsten en uitgaven) kan actualiseren.
Actualiseren betekent dat je de huidige waarde van de toekomstige kasstromen berekent.
Hierbij kan je als organisatie een doel vastleggen, bijvoorbeeld een discontovoet van 9%.
De discontovoet ligt hoger dan de interestvoet van een risicovrije belegging, omwille van de vele risico’s eigen aan een investering. De relevante cashflows zijn op langere termijn erg onzeker.

Het berekenen van de NPV van een projectinvestering komt neer op het actualiseren van de relevante geldstromen van de investering.

 

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Cash out (CO)

CO 1

CO 2

CO 3

Cash in ( CI )

CI 1

CI 2

CI 3

Cashflow (CF)

CF 1

CF 2

CF 3

CF 1 wordt meestal niet geactualiseerd.
CF 2 wordt geactualiseerd door te delen met de factor (1 + r), r is de gekozen discontovoet.
CF 3 wordt geactualiseerd door het effect van de tijdswaarde twee keer in rekening te brengen.
CF 3 wordt daarvoor gedeeld door (1 + r)2.

De Net Present Value is de som van deze geactualiseerde relevante cashflows.

Algemeen:

Kortom: de NPV is de huidige meerwaarde die het bedrijf kan creëren door de projectinvestering te doen. Alle cashflows zijn geactualiseerd. Hierbij is rekening gehouden met de tijdswaarde van het in het project geïnvesteerde geld.

De NPV is een berekening van de meerwaarde van een investering, gebaseerd op een tijdsas met enkel de voor het project relevante cashflows.
Geeft de NPV een positieve waarde, dan is het financiële plaatje van het project positief - en kan er wat dat betreft zeker worden geïnvesteerd in het project: “Go”.
Bij een negatieve NPV komt er allicht een “No go”-beslissing voor het project.

Top

Internal Rate of Return (IRR)

Wat als een project méér financieel rendement haalt dan vooropgesteld in de discontovoet?

Simpel: dan moet je dat rendement berekenen. Dat kan je met de Internal Rate of Return (IRR). De IRR is de discontovoet waarbij de NPV van het project gelijk is aan nul.

Voor de berekening van de IRR maak je gebruik van de formule van de NPV:

Je kan de eigenlijke discontovoet r van het project berekenen door de NPV gelijk te stellen aan nul.

Een voorbeeld:

 

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Cash out

- 1.000.000 euro

- 100.000 euro

- 50.000 euro

- 10.000 euro

Cash in

 0 euro

 500.000 euro

900.000
euro

700.000
euro

Cashflow

- 1.000.000 euro

400.000
euro

850.000
euro

690.000
euro

Berekening van de NPV en de IRR

Actualisatie van de geldstromen met behulp van de discontovoet:
Jaar 1: - 1.000.000 euro
Jaar 2: 400.000 euro / (1 + 9 %) = 366.972 euro
Jaar 3: 850.000 euro / (1 + 9 %) 2 = 715.488 euro
Jaar 4: 690.000 euro / (1 + 9 %) 3 = 532.818 euro

NPV = 615.278
De NPV-berekening met NPV = 0 geeft als IRR nagenoeg 38%.

Hoe hoger de IRR, hoe financieel aantrekkelijker het project. Het spreekt vanzelf dat de nauwkeurigheid van deze berekening samenhangt met de nauwkeurigheid van de geschatte projectkosten en opbrengsten.

Illustratie: De festivalcase: De financiële analyse

Top | Ga verder naar Projectorganisatie